|
Rede, in verkorte
vorm uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van
bijzonder hoogleraar 'Vrijmetselarij als geestesstroming en
sociaal-cultureel Europees verschijnsel', in de faculteit
der Godgeleerdheid aan de Universiteit Leiden, gehouden op
25 januari 2002.
Vrijmetselarij is nu al driehonderd jaar een inspiratiebron
voor denkers, doeners, dichters, dokters, dominees en
duizend anderen die zich in een Loge hebben laten inwijden.
Het kan niet anders of dit heeft ook zijn sporen nagelaten
in ons culturele erfgoed. In de collectieve herinnering
blijven vrijmetselaars zelf echter nagenoeg buiten beeld.
Dat ze niet uit de geschiedenis vallen weg te denken, komt
vooral omdat er over hen in de loop der tijden zoveel
sensationele verhalen in omloop zijn gekomen.
Onderzoek over de beeldvorming over de vrijmetselarij is
niet alleen nagaan hoe vrijmetselaars zichzelf wensten te
zien of gezien wilden worden, maar ook hoe ze door anderen
werden bekeken. De afgelopen drie eeuwen lijken openheid en
beslotenheid daarbij om beurten een rol te hebben
gespeeld.
Dat buitenstaanders het onzichtbare anders verbeeld hebben
dan ingewij-den, spreekt welhaast vanzelf.
Antimodernistische vijandbeelden en sophis-ticated
zelfbeelden prikkelen de nieuwsgierigheid. Wat maken ze
'zichtbaar'? Op die vraag wordt in deze cultuurhistorische
verkenning nader ingegaan.
Euro
9,95, incl.
BTW, excl. verzendkosten
|