Euro
24,95
incl. BTW, excl.
verzendkosten
Het Fonds Marcel
Hofmans biedt de vrijmetselaar
een gamma van studieboeken aan, gaande van
de eerste tot de dertigste graad.
Het sluitstuk (de graden XXXI tot en met XXXIII)
is ter perse en komt in 2005 uit.
De uitgaven zijn zowel in het Nederlands
als in het Frans te verkrijgen.
Gaat het nu om instructies die ander studiewerk
overbodig maken? Beslist niet!
Het zijn gidsen waar de zoekende vrijmetselaar veel steun
aan heeft, zowel bij de voorbereiding als bij de
naverwerking van de verschillende maçonnieke
inwijdingen. Mogelijk geïnteresseerden in de Schotse
Ritus vinden hier relevante informatie om te beslissen de
persoonlijke (verdere) zoektocht naar het Verloren Woord
weloverwogen aan te vatten.
|
Waarom
zou een Meester Vrijmetselaar nog willen vorderen via de
Schotse Ritus ?
De auteur geeft hiervoor verschillende redenen.
Bijvoorbeeld: er worden in de zgn. blauwe loges haast geen
zittingen in de meestergraad ingericht. Daardoor is de jonge
of zelfs rijpere Meester verplicht aan zelfinstructie en
dito inwijding te doen. Vaak beletten allerlei
beslommeringen dat dit ook nog gebeurt. Maar, mondt dit dan
ook steeds uit in wat René Guénon de overgang
van een virtuele naar de reële inwijding
noemt?
Een
tweede vraag waarmee het boek opent is, of het nog wel
zinvol is na de XVIIIde graad verder te doen tot de XXXste?
Ook daarop komen antwoorden. Zo ondermeer: naarmate men door
de verschillende graden van de vrijmetselarij vordert, komt
het profane steeds dieper onder de opperhuid te liggen. Ook
inhoudelijk valt er trouwens nog wel wat te vertellen en te
beleven.
Waar
de zoektocht naar de filosofische wijsheden in de
kapittelgraden zich voor een groot deel op het Oude
Testament concentreert, is dat voor de areopagus
uitgebreider. Dat is onder meer de verdienste van de
A.°.B.°. Goblet d'Alviella, die de wildgroei van
graden in loop van de 18de en de 19de eeuw niet enkel
beperkte tot het gekende 33-gradenstelsel, maar ook
inhoudelijk aandacht deed besteden aan andere
filosofieën.
Ook dit historisch aspect wordt voor iedere graad belicht.
De auteur geeft telkens de oudste bronnen van de ritualen
weer, wat in de areopagus om historische redenen niet steeds
evident is. Vervolgens bespreekt hij de rituele instructies,
legt hij vaak thematische verbanden tussen verschillende
graden, om tenslotte een typerend bouwstuk van de graad toe
te voegen. Dat alles werkt verhelderend!
In een derde deel geeft de auteur nog enkele persoonlijke
bedenkingen. Dat gebeurt in de opstellen: In essentie, De
essentie,Morele dimensie van de maçonnerie,
Maçonnieke levensbeschouwing, Waar het op aankomt,
Besluit, En waar blijft bij dit alles de broederlijkheid? en
tenslotte in Fraternité et secret.
Stof genoeg om bij stil te staan.
Een bibliografie en een index sluiten het boek
af.
256
pagina's -460 gram- hbd 24 x 17 x 1,5 cm
Fonds Marcel Hofmans Brussel, 2002
|